Steunpunt Taal en Rekenen VO

Veelgestelde vragen

 

 
 
Is het gebruik van een woordenboek toegestaan bij de rekentoets?
Ja, het gebruik van een woordenboek mag worden toegestaan bij de rekentoets, net zoals dat het geval is bij alle andere Centraal Examenonderdelen.
Details over het soort woordenboek en andere informatie hierover treft u via deze link aan op examenblad.nl.

 

Telt het rekentoetscijfer ook mee voor het gemiddelde cijfer voor het centraal examen?
Nee, het rekentoetscijfer telt niet mee bij het bepalen van het gemiddelde CE-cijfer, dat minimaal een 5,5 moet zijn.

 

Is het zo dat je voor rekenen compensatiepunten kunt krijgen?
Nee, een hoog rekentoetscijfer levert geen compensatiepunten op binnen de slaag-zakregeling. Een laag rekentoetscijfer kan ook niet met een hoog cijfer van een ander vak worden gecompenseerd.
Uitzondering hierop is het judicium cum laude in de slaag-zakregeling voor vwo. Binnen die regeling telt het rekentoetscijfer mee bij het bepalen van het gemiddelde cijfer. Hierbij kan een rekentoetscijfer dat hoger is dan een 8 een lager cijfer van een ander vak compenseren. Dit geldt echter uitsluitend bij het judicium cum laude voor vwo en niet bij andere regelingen in de slaag-zakregeling.

Toelichting bij het judicium cum laude vwo
Let op: wij zijn in afwachting van de concretisering van de plannen die hierover opgenomen zijn in het regeerakkoord (najaar 2017) waarbij is aangegeven dat het rekentoetscijfer gaat verdwijnen uit de kernvakkenregel van de slaag-zakregeling voor het vwo. Tot het moment dat er aanpassingen op dit punt zijn doorgevoerd in artikel 50 het 1e lid van het Eindexamenbesluit vo, geldt het volgende:
In het vwo telt het cijfer voor de rekentoets vanaf het schooljaar 2015-2016 mee voor het behalen van het diploma. Om in aanmerking te komen voor het judicium cum laude is minimaal een 7 vereist als eindcijfer voor de rekentoets, waarbij het gemiddelde van alle eindcijfers, inclusief het rekentoetscijfer, ten minste een 8,0 moet zijn. Dit is geregeld in artikel 52a van het Eindexamenbesluit.

 

Komt een leerling met een vmbo-diploma, met de rekentoets op 2F (of 2ER), in aanmerking voor een vrijstelling in het mbo bij een niveau 2 of niveau 3-opleiding?
Nee, in alle gevallen zal een vmbo-leerling die doorstroomt naar een mbo-opleiding op niveau 2 of 3, waaraan óók het referentieniveau 2F is toegewezen, het rekenexamen opnieuw moeten afleggen als onderdeel van de examinering. Dit heeft te maken met de onderhoudsplicht van het mbo. De leerlingen moeten daarom aan het eind van hun mbo-opleiding aantonen dat ze nog steeds over voldoende rekenvaardigheden beschikken.

 

Heeft een leerling met een vo-diploma, die de rekentoets op 3F (of 3ER) heeft behaald, in het mbo een vrijstelling voor de rekentoets?
Ja, in principe wel en dat geldt voor alle vier de niveaus in het mbo. Maar hier zijn wel voorwaarden aan verbonden. Deze voorwaarden zijn te vinden in het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen, artikel 3b onder punt 2. Kortweg komen de voorwaarden neer op:
1. Het 3F- of 3ER-rekentoetscijfer moet op de cijferlijst zijn vermeld.
2. Het 3F- of 3ER-rekentoetscijfer moet minimaal een 6 zijn.
3. De mbo-opleiding moet binnen 2 jaar nadat het vo-diploma is behaald worden afgerond.
Voor havo- en vwo-leerlingen is de kans groot dat zij aan deze drie voorwaarden kunnen voldoen. Zij kunnen dan dus in aanmerking komen voor zo'n vrijstelling. Voor leerlingen met een vmbo-diploma met de rekentoets op 3F (of 3ER) is het niet zo aannemelijk dat zij kunnen voldoen aan de derde voorwaarde. Dit is bijvoorbeeld vrij zeker het geval bij een niveau 4-opleiding in het mbo.
Als een voormalige vo-leerling niet aan alle drie voorwaarden voldoet, zal deze aan het eind van de mbo-opleiding – vanwege de onderhoudsplicht van het mbo – het rekenexamen toch weer opnieuw moeten afleggen.

 

Wanneer ben je - of hoe word je - bevoegd om rekenles te geven in het vo?
Het ministerie van OCW heeft hiervoor een wettelijke grondslag gecreëerd door middel van een zogenaamde conversietabel. De regeling is via deze link te vinden. Het gaat om een tabel van schoolvakken, waarvoor geen aparte bevoegdheid kan worden behaald via een lerarenopleiding. Rekenen is in het vo (en mbo) zo'n 'vak'.

In de tabel wordt aangegeven dat de officiële lerarenopleidingen wiskunde, natuurkunde, economie en scheikunde onder bepaalde voorwaarden ook een 'bevoegdheid' kunnen opleveren voor rekenen. Zie voor de voorwaarden de rechterkolom in de conversietabel.

Met een willekeurige andere lerarenopleiding kun je ook bevoegd worden voor het geven van rekenen. De lerarenopleiding moet dan aangevuld worden met het vak Rekenen (zoals dat wordt aangeboden bij de lerarenopleiding Wiskunde), of: als de bevoegdheid in een ander vak is aangevuld met een post-hbo traject Rekendidactiek, gebaseerd op het raamwerk scholing en nascholing rekendocent vo/mbo. Dat laatste moet dan blijken uit een aantekening op het getuigschrift, respectievelijk uit een certificaat.

Uit de brief van het ministerie van OCW van 6 oktober 2015 wordt duidelijk dat pabo-gediplomeerden mogelijk eenvoudiger en sneller bevoegd kunnen worden voor het geven van rekenlessen in het vo, dan na het volgen van een hiervoor genoemde lerarenopleiding. Op dit moment is het Steunpunt taal en rekenen vo nog in afwachting van concrete maatregelen.
We zullen deze veelgestelde vraag uiteraard aanpassen zodra hier meer over bekend is geworden.

Als zij-instromer is het in sommige gevallen ook al mogelijk om (reken)les te mogen geven in het vo. Zie via deze link de informatie hierover op www.rijksoverheid.nl.

 

Telt het cijfer van de rekentoets mee in de slaag-zakregeling?
Voor alle vo-leerlingen geldt dat de rekentoets een verplicht onderdeel is van het eindexamen. Een leerling heeft vier kansen en moet de rekentoets ten minste één keer hebben afgelegd om een vo-diploma te behalen. Daarmee is de rekentoets een onderdeel van de slaag-zakregeling. Een leerling die de rekentoets niet heeft afgelegd kan namelijk geen vo-diploma behalen. 
Verder geldt voor alle vo-schooltypen dat de rekentoets al volledig is opgenomen in het Eindexamenbesluit vo, maar dat op grond van de overgangsbepalingen – de artikelen 61 t/m 63 – de werking daarvan voor havo en vmbo nog tot een nader te bepalen moment is uitgesteld.

Let op: wij zijn in afwachting van de concretisering van de plannen die hierover opgenomen zijn in het regeerakkoord (najaar 2017) waarbij is aangegeven dat het rekentoetscijfer gaat verdwijnen uit de kernvakkenregel van de slaag-zakregeling voor het vwo. Tot het moment dat er aanpassingen op dit punt zijn doorgevoerd in artikel 50 het 1e lid van het Eindexamenbesluit vo, geldt het volgende:
In het vwo moet het rekentoetscijfer bij de slaag-zakbeslissing worden betrokken. Vanaf het schooljaar 2016-2017 telt het cijfer van de rekentoets mee in de kernvakkenregeling voor het vwo. Binnen de kernvakken mag een leerling één 5 hebben, de overige kernvakken moeten dan een 6 of hoger zijn. De kernvakken voor vwo zijn: Nederlands, Engels, Wiskunde en de rekentoets.


Bij havo en vmbo is het voorgaande nog niet het geval. Voor die schooltypen gaat het rekentoetscijfer pas meetellen nadat de bewindspersonen hun besluit daartoe bekend hebben gemaakt. Dit besluit hangt af van de landelijke restultaten op de rekentoets van de examenkandidaten havo en vmbo. Het ministerie van OCW heeft aangegeven dat het besluit om het rekentoetscijfer in de slaag-zakregeling te laten meetellen bij havo en vmbo minimaal een jaar van tevoren bekend zal worden gemaakt.

Verder geldt voor het havo dat, indien het besluit genomen is om het rekentoetscijfer te laten meetellen in de slaag-zakregeling, de overgangsbepalingen van artikel 63 komen te vervallen. Vanaf dat moment gaat het rekentoetscijfer voor alle havisten in de slaag-zakregeling meetellen.
Voor vmbo kan het besluit om het rekentoetscijfer te laten meetellen voor de leerwegen basis (bb), kader (kb) en gemengd/theoretisch (gt) apart worden genomen. Dit betekent dat het in het vmbo straks kan voorkomen dat het rekentoetscijfer niet voor alle leerwegen tegelijkertijd onderdeel van de slaag-zakregeling wordt. Ook hier geldt dat het besluit hiertoe een jaar van tevoren bekend wordt gemaakt.

 

Mag de rekentoets bij gespreid examen in het voorexamenjaar en de beide examenjaren afgelegd worden?
Iedere leerling heeft recht op in totaal vier kansen voor de rekentoets, waarvan er ten minste één in het voorlaatste leerjaar aangeboden moet worden. Dit heeft tot gevolg dat een leerling die daarna – op grond van artikel 59 van het Eindexamenbesluit vo – gespreid examen doet de resterende kansen mag benutten in het eerste schooljaar van het gespreid examen óf in het daarop volgende schooljaar. Ook mag deze leerling de resterende kansen verdelen over de beide schooljaren. Hierdoor kan het afleggen van de rekentoets in dit geval in de praktijk gespreid worden over maximaal 3 jaar.

 

Inzagerecht in de rekentoets
Sinds het schooljaar 2015-2016 is het voor leerlingen en docenten mogelijk de rekentoets in de daarvoor bestemde periode in te zien. De school moet de inzage mogelijk maken. Scholen moeten hiervoor de zogenaamde Inspector Cliënt downloaden en installeren.
Leerlingen kunnen met vragen en opmerkingen over de rekentoets vo terecht bij het LAKS. Het LAKS heeft hiervoor de website Rekentoetsklacht ontwikkeld en een examenlijn ingesteld.
Docenten en andere functionarissen kunnen hun opmerkingen aan het CvTE richten via het Formulier inhoudelijke opmerkingen rekentoets. Reacties over de normering van de betreffende rekentoets is maar een beperkte periode mogelijk. Zie voor de deadlines de brochure van het CvTE over de rekentoets vo of de activiteitenplanning op www.examenblad.nl. Reacties die na de deadline binnenkomen worden nog wel bij de evaluatie van de toetsen betrokken. 

 

Rekentoets: invoer punt of komma en afronden
Bij vragen waar het mogelijk is om in het antwoord een punt en komma in te voeren, wordt een punt automatisch omgezet in een komma. Dit betekent dat als een leerling een decimaal getal met een punt invoert (wat een logische handeling is op het numerieke toetsenbord bij een computer) dit getal met een komma wordt afgebeeld. Invoer van 12.45 wordt dus getoond als 12,45.
Op de instructiebladen die voorafgaan aan de toetsen worden leerlingen hierover geïnformeerd door middel van onderstaande tekst:
Bij vragen waar het mogelijk is om een punt en komma in te voeren, wordt een punt automatisch omgezet in een komma. Gebruik dus geen punten om duizendtallen aan te geven. Dus niet: 23.000, want dat wordt automatisch 23,000. Wel: 23000.
 
Afronden in rekentoets
Uitgangspunt voor het afronden van getallen is – zoals vermeld in de Syllabus – dat het resultaat van een berekening moet worden afgerond in overeenstemming met de situatie. Bij geldbedragen gaat het bijvoorbeeld om afronden op twee cijfers achter de komma. Waar nodig, wordt er bij de vraag een instructie gegeven voor de manier van afronden.

 

Waar kan ik als vo-leerling terecht als ik een klacht over de rekentoets heb?
Je kunt een klacht over de Rekentoets vo via deze link doorgeven aan het Landelijk Actie Kommité Scholieren (LAKS). Ook kun je op deze website van het LAKS antwoorden op veelgestelde vragen vinden.


Waar kan ik als ouder met vragen over het onderwijs terecht?
Ouders & onderwijs is er voor alle ouders met schoolgaande kinderen. Dit informatiepunt biedt informatie aan ouders over het onderwijs en de school van hun kind. Via deze link vindt u meer informatie, ook kunt u daar met uw vragen terecht.
 

 

Hoe zit het met de cijferdifferentiatie voor het vmbo?
Met ingang van het schooljaar 2015-2016 is de cijferdifferentiatie voor vmbo-gl en -tl afgeschaft. Cijferdifferentiatie wordt tot nader bericht alleen nog toegepast bij vmbo-bb. Voor deze leerweg is het rekentoetscijfer met één cijferpunt opgehoogd ten opzichte van vmbo-kb, -gl en -tl.

 

Hoe zit het met het herkansen van de rekentoets en herkansen met een vrijstelling?
Artikel 51a van het Eindexamenbesluit vo is gewijd aan de herkansing van de rekentoets. Er wordt onder andere beschreven dat er in totaal vier keer een rekentoets gemaakt mag worden, waarvan de eerste in het voorlaatste leerjaar moet worden aangeboden. Het hoogst behaalde resultaat is het eindresultaat. 
Als een leerling in het reguliere vo bij opstroom naar een hoger schooltype recht heeft op een vrijstelling – en hij kiest er toch voor om deel te nemen aan de rekentoets – dan mag die leerling, indien het eerder behaalde cijfer niet is geëvenaard of verbeterd, terugvallen op het eerder behaalde resultaat dat bij zijn vrijstelling behoort. Ook hier geldt dat het hoogst behaalde resultaat telt.
N.B.: In het vavo geldt de daar gebruikelijke vrijstellingsregeling. Als een leerling ervoor kiest om een CE-onderdeel over te doen, verliest hij daarmee een eventuele vrijstelling voor dat vak. Dit geldt ook voor de rekentoets.

Is de rekentoets afgelegd op verschillende niveaus of op zowel regulier als op ER, dan bepaalt de directeur in overleg met de leerling welk van de behaalde resultaten op de cijferlijst komt te staan.

  

Zit de rekentoets in de slaag-zakregeling voor vmbo-bb- en LWT-leerlingen?
Zie voor antwoord op deze vraag ook artikel 61 van het Eindexamenbesluit vo (EB):
Een leerling die in het vmbo het eindexamen heeft afgelegd in de basisberoepsgerichte leerweg moet in afwijking van artikel 49, eerste lid, onderdeel b, voor het vak Nederlandse taal een eindcijfer 5 of meer hebben behaald én de rekentoets hebben afgelegd.

Een leerling die het eindexamen vmbo basisberoepsgerichte leerweg heeft afgelegd ter afsluiting van een leerwerktraject moet in afwijking van artikel 49, derde lid, voor zowel het beroepsgerichte programma als voor het vak Nederlandse taal ten minste het eindcijfer 6 hebben behaald én de rekentoets hebben afgelegd.

Verder wordt in artikel 62 bepaald dat het eindcijfer voor de rekentoets in de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo (ook LWT) wordt geplaatst op een bijlage bij de cijferlijst.
Op deze bijlage is niet zichtbaar of het gaat om een cijfer voor 2A, 2F, 2A-ER of 2ER. Als een vmbo-bb leerling de rekentoets 3F heeft afgelegd, wordt in het vakje Niveau op de bijlage '(havo)' vermeld.

Zolang nog niet is bepaald dat het cijfer van de rekentoets voor vmbo-bb gaat meetellen in de slaag-zakregeling, moet de rekentoets als verplicht onderdeel van het eindexamen wél zijn afgelegd. De leerlingen hebben in totaal vier kansen, waarvan de eerste in het voorexamenjaar moet zijn benut. Gedurende deze periode telt het rekentoetscijfer voor vmbo-bb niet mee bij de vaststelling van het judicium cum laude (artikel 64 EB).

 

Zit de rekentoets in de slaag-zakregeling voor vmbo-kb- en vmbo-gl/tl-leerlingen?
Zie voor het antwoord op deze vraag ook artikel 61 van het Eindexamenbesluit vo (EB):
Een leerling die in het vmbo het eindexamen heeft afgelegd in de kaderberoepsgerichte-, de gemengde- of de theoretische leerweg dient in afwijking van artikel 49, eerste lid, onderdeel b, voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of meer te hebben behaald én de rekentoets te hebben afgelegd. Voor deze leerlingen is in de regeling modellen diploma's en cijferlijsten bepaald dat het eindcijfer voor de rekentoets op de cijferlijst zelf moet worden geplaatst, waarbij zichtbaar is welk type rekentoets is afgelegd: 2ER, 2F of 3F. 

Zolang nog niet is bepaald dat het cijfer van de rekentoets voor vmbo-kb, -gl en -tl  gaat meetellen in de slaag-zakregeling, moet de rekentoets als verplicht onderdeel van het eindexamen wél zijn afgelegd. De leerlingen hebben in totaal vier kansen, waarvan de eerste in het voorexamenjaar moet zijn benut. Gedurende deze periode telt het rekentoetscijfer voor vmbo-kb, -gl en -tl niet mee bij de vaststelling van het judicium cum laude (artikel 64 EB).

 

Zit de rekentoets in de slaag-zakregeling voor havoleerlingen?
Zie voor het antwoord op deze vraag ook artikel 63 van het Eindexamenbesluit vo (EB):
Een leerling die in het havo het eindexamen heeft afgelegd, mag in afwijking van artikel 50, eerste lid, onderdeel b, voor maximaal één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing wiskunde A of wiskunde B één eindcijfer 5 hebben behaald en moet voor de overige hiervoor genoemde vakken ten minste het eindcijfer 6 hebben behaald. Daarnaast moet de rekentoets zijn afgelegd. Voor havoleerlingen is in de regeling modellen diploma's en cijferlijsten bepaald dat het eindcijfer voor de rekentoets op de cijferlijst zelf moet worden geplaatst, waarbij zichtbaar is welk type rekentoets is afgelegd: 3F of 3ER. 

Zolang nog niet is bepaald dat het cijfer van de rekentoets voor havo gaat meetellen in de slaag-zakregeling, moet de rekentoets als verplicht onderdeel van het eindexamen wél zijn afgelegd. De leerlingen hebben in totaal vier kansen, waarvan de eerste in het voorexamenjaar moet zijn benut. Gedurende deze periode telt het rekentoetscijfer voor havoleerlingen niet mee bij de vaststelling van het judicium cum laude (artikel 64 EB).

 

Heeft een leerling met een vmbo-diploma die de rekentoets op 3F heeft behaald in het havo een vrijstelling voor de rekentoets?
Ja, dit is bepaald in het Eindexamenbesluit vo, artikel 13 het 4e lid. Wil een vmbo-leerling – die na het behalen van het vmbo-diploma opstroomt naar het havo – in aanmerking komen voor een vrijstelling voor de rekentoets, dan moet het 3F-cijfer wel op de vmbo-cijferlijst staan. Daarnaast kan een leerling die is opgestroomd in het reguliere vo, ondanks zijn vrijstelling, proberen een hoger cijfer te behalen.
Lukt dat niet, dan kan hij nog steeds terugvallen op het cijfer dat hoort bij zijn vrijstelling, mits zijn vrijstelling nog niet is verlopen qua tijdsduur (max. 10 jaar, zie art. 48, 5e lid van het EB).
Toelichting: Deze geldigheidsduur zal in het reguliere vo nooit overschreden kunnen worden als een leerling met een vrijstelling opstroomt. In de praktijk is er geen situatie denkbaar waarin de termijn van maximaal 10 jaar in het reguliere vo bereikt zal worden. Deze toevoeging is daarom alleen van toepassing op situaties die zich bij Staatsexamens dan wel bij het vavo kunnen voordoen.

 

Zit de rekentoets in de slaag-zakregeling voor vwo-leerlingen?
Let op: wij zijn in afwachting van de concretisering van de plannen die hierover opgenomen zijn in het regeerakkoord (najaar 2017) waarbij is aangegeven dat het rekentoetscijfer gaat verdwijnen uit de kernvakkenregel van de slaag-zakregeling voor het vwo. Tot het moment dat er aanpassingen op dit punt zijn doorgevoerd in artikel 50 het 1e lid van het Eindexamenbesluit vo, geldt het volgende:
Vanaf het schooljaar 2016-2017 telt het cijfer van de rekentoets mee in de kernvakkenregeling van de slaag-zakregeling. Een vwo-leerling moet dan ten minste een 5 hebben behaald voor de rekentoets. In het geval van een 5 voor de rekentoets, moet deze leerling voor de andere kernvakken ten minste een eindcijfer 6 hebben behaald. Dit is een voorwaarde om het vwo-diploma te halen.

Daarnaast worden in het Eindexamenbesluit vo, artikel 52a, het eerste lid onder b, de voorschriften voor het judicium Cum Laude voor onder andere het rekentoetscijfer bepaald:
ten minste het eindcijfer 7 of de kwalificatie <voldoende> voor de rekentoets en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 50 (EB). Dit betekent dat het rekentoetscijfer betrokken moet worden bij het gemiddelde cijfer voor de cum laude regeling én dat een rekentoetscijfer hoger dan een 8 ook een lager cijfer voor een ander vak binnen deze regeling kan compenseren.

Het rekentoetscijfer telt in de slaag-zakregeling niet mee bij de compensatieregeling. Dit betekent dat er met een hoog cijfer voor de rekentoets geen ander vak gecompenseerd kan worden. Het omgekeerde is ook niet mogelijk. Daarnaast telt het rekentoetscijfer niet mee bij de berekening van het gemiddelde CE-cijfer.

Verder wordt voor vwo-leerlingen in de regeling modellen diploma's en cijferlijsten bepaald dat het eindcijfer voor de rekentoets op de cijferlijst zelf moet worden geplaatst, waarbij zichtbaar is welk type rekentoets is afgelegd: 3F of 3ER. Zolang 3S nog niet wettelijk is vastgelegd, kan dat cijfer niet op de cijferlijst worden vermeld. Indien het 3S-cijfer het hoogst behaalde cijfer voor de rekentoets is, kan dit als 3F-cijfer op de cijferlijst worden vermeld.


Heeft een leerling die met een havodiploma vwo gaat doen een vrijstelling voor de rekentoets?
Ja, dit is bepaald in het Eindexamenbesluit vo, artikel 11 het 3e lid. Daarbij kan een leerling in het reguliere vo ondanks zijn vrijstelling proberen een hoger cijfer te behalen.
Lukt dat niet, dan kan hij nog steeds terugvallen op het cijfer dat hoort bij zijn vrijstelling, mits zijn vrijstelling nog niet is verlopen qua tijdsduur (max. 10 jaar, zie art. 48, 5e lid van het EB).
Het rekentoetscijfer moet opnieuw worden betrokken bij de slaag-zakbeslissing (artikel 50 EB). Vanaf het schooljaar 2016-2017 zit het rekentoetscijfer in de kernvakkenregel van de slaag-zakregeling voor vwo. Dit betekent dat een leerling beslist niet kan slagen met een cijfer lager dan een 5. Met een 5 kan een leerling slagen. Wel is een 5 riskant, omdat dat dan de eerste 5 is binnen de kernvakken Ne-En-Wi en de rekentoets. Het advies is daarom om leerlingen met een vrijstelling met als cijfer 5 tóch te stimuleren om de rekentoets opnieuw te doen in een poging een 6 of hoger te halen.
Het rekentoetscijfer komt (opnieuw), met vermelding van het rekentoetstype waarop dat cijfer is behaald, op de cijferlijst.
Toelichting geldigheidsduur: die zal in het reguliere vo nooit overschreden kunnen worden als een leerling met een vrijstelling opstroomt. In de praktijk is er geen situatie denkbaar, waarin de termijn van maximaal 10 jaar in het reguliere vo bereikt zal worden. Deze toevoeging is daarom alleen van toepassing op situaties die zich bij Staatsexamens of bij het vavo kunnen voordoen.

 

Hoe zit het met het cijfer van de pilot rekentoets 3S in het vwo?
Zolang de rekentoets 3S nog in de pilotfase verkeert, wordt een behaald 3S-cijfer NIET als zodanig op de cijferlijst vermeld. Deelname aan de pilot 3S geldt als een extra kans. Mocht het 3S-cijfer hoger zijn dan het 3F- of 3ER-cijfer, dan mag het als 3F-cijfer op de cijferlijst worden vermeld.
Scholen kunnen ervoor kiezen om deelnemers aan de 3S-pilot een verklaring bij het diploma mee te geven, waarop is aangegeven dat ze de 3S-toets hebben afgelegd en welk resultaat daarbij is behaald.

 

Is er een aangepaste rekentoets voor leerlingen met ernstige rekenproblemen, zoals dyscalculie?
Voor leerlingen met ernstige rekenproblemen, zoals dyscalculie, is er een aparte toets. Dit is de rekentoets ER. Er is geen dyscalculieverklaring nodig om deze toets te kunnen maken. De rekentoets ER is niet gemakkelijker, maar wel beter te maken als een leerling ernstige problemen met rekenen heeft.
Als een leerling het diploma heeft behaald door middel van de rekentoets ER, wordt dat op de cijferlijst vermeld. Dit geldt voorlopig nog niet voor vmbo-bb. Het is ook mogelijk om na de rekentoets ER te herkansen met de reguliere rekentoets.

De rekentoets ER is er op 2 niveaus: 2ER op niveau 2F en 3ER op niveau 3F. Er wordt nog een rekentoets 2A-ER ontwikkeld voor vmbo-bb.

Sinds het schooljaar 2015-2016 is de rekentoets ER een officiële rekentoets. De aanpassingen zijn vergelijkbaar met de aanpassingen bij onder andere Nederlands en Engels voor leerlingen met dyslexie of met de aanpassingen voor blinde leerlingen. Er worden hulpmiddelen toegestaan die ervoor zorgen dat de leerling minder hinder heeft van zijn beperking (audio bij dyslexie, rekenmachine en rekenkaart voor ER, braille voor de blinde leerling). Een verschil met de aanpassingen voor dyslexie is dat in de rekentoets ER ook de set opgaven deels is aangepast, om te voorkomen dat de leerling bij elke opgave vastloopt vanwege zijn beperking of dat opgaven door gebruik van de rekenmachine zinloos worden.

Het resultaat voor de rekentoets ER telt op dezelfde manier mee als voor andere leerlingen met de reguliere rekentoets het geval is. Blijkt na drie afnames dat een leerling nog steeds blokkeert en daardoor niet laat zien wat hij kan – terwijl uit de overige examenresultaten blijkt dat hij aan de daarvoor geldende eisen voldoet –  dan kan de school bij het CvTE vragen om een mondelinge afname van de laatste toetsgelegenheid. Bij deze afname gelden dezelfde eisen, maar kan de examinator adequaat reageren als hij een blokkade merkt.

Eén van de voorwaarden voor deelname aan de rekentoets ER is dat er een beknopt leerlingdossier wordt samengesteld. Via deze link kunt u een voorbeeld van een leerlingdossier downloaden.

Gebruik van een eigen rekenmachine (eenvoudige uitvoering) is bij alle opgaven bij de rekentoets ER toegestaan, maar in het afnameprogramma is standaard bij iedere opgave van de rekentoets ER ook een digitale rekenmachine beschikbaar. Ook is er een rekenkaart die deze leerlingen mogen gebruiken.

 

Wat als een leerling die in het bezit is van een dyscalculieverklaring toch de reguliere 2F/3F-rekentoets wil maken?
Dat kan. In dat geval heeft deze leerling op grond van artikel 55 van het Eindexamenbesluit vo recht op maximaal 30 minuten tijdverlenging en mag hij een standaard rekenkaart gebruiken. Tijdverlenging geldt niet alleen voor de rekentoetsafname, maar ook bij alle andere CE's. Bovendien is het gebruik van de standaard rekenkaart voor deze leerling ook toegestaan bij CE's in vakken waarbij rekenvaardigheden een rol spelen.

 

Is een eerste afname van de rekentoets in het voorexamenjaar verplicht?
In artikel 46 van het Eindexamenbesluit vo staat:
De rekentoets wordt afgenomen in het voorlaatste en laatste schooljaar. Verder heeft een leerling maximaal vier kansen en telt een schooljaar (sinds 2015-2016) drie afnameperioden voor de rekentoets, in januari, maart en mei/juni. Dit heeft tot gevolg dat scholen de leerlingen in het voorlaatste leerjaar ten minste één keer in de gelegenheid moeten stellen om de rekentoets te maken. 

 

Wanneer moeten de rekentoetscijfers via BROn aan DUO worden gemeld?
Tegelijk met het aanleveren van de eindcijfers van alle eindexamenvakken moet ook het vastgestelde eindcijfer van de rekentoets, samen met het toetstype waarop dat eindresultaat behaald is, aan DUO worden doorgegeven. Vanaf het schooljaar 2015-2016 is het niet meer verplicht om na iedere afnameperiode het rekentoetscijfer via BROn aan DUO te melden.

 

Wat gebeurt er met het cijfer van de rekentoets als een leerling in het voorlaatste schooljaar doubleert en/of afstroomt?
In het Eindexamenbesluit vo, artikel 46 het 7e lid staat hierover het volgende:
Indien de leerling de rekentoets heeft afgelegd in het voorlaatste leerjaar en niet is bevorderd naar het laatste leerjaar, vervallen de met de rekentoets behaalde resultaten. De leerling krijgt weer vier nieuwe kansen om de rekentoets af te leggen.
In afwijking hiervan kan de leerling die na het voorlaatste leerjaar vwo deelneemt aan het laatste leerjaar van het havo en de leerling die na het voorlaatste leerjaar van het havo deelneemt aan het laatste leerjaar van één van de leerwegen van het vmbo, het op het vwo respectievelijk havo behaalde cijfer voor de rekentoets behouden.

Bij afstroom binnen het vmbo (bijvoorbeeld bij een overstap aan het eind van het schooljaar van 3 kb naar 4 bb) mag het rekentoetscijfer dat in het jaar voorafgaand aan het eindexamenjaar is behaald behouden worden.

 

Wanneer krijgt een leerling vrijstelling voor de rekentoets in het vavo?
Gaat een vmbo-tl-, havo- of vwo-leerling zijn vo-diploma afronden via het vavo, dan kan hij het cijfer voor de rekentoets meenemen, mits dat een zes of hoger is (zie Eindexamenbesluit vo, artikel 9 lid 1a t/m 1c). Ook met een eindcijfer 5 of 4 kan een leerling op grond van artikel 9, het 4e lid, een vrijstelling voor de rekentoets krijgen in het vavo, zolang het mogelijk is om daarmee een vo-diploma te behalen.
Zodra voor een bepaald schooltype – zoals nu al bij vwo het geval is – het rekentoetscijfer gaat meetellen in de kernvakkenregel van de slaag/zakregeling, valt het cijfer 4 direct als mogelijkheid voor een vrijstelling af. Een leerling kan hiermee immers geen diploma meer behalen. In 2016-2017 kunnen vwo-leerlingen daarom met een 4 (of lager) voor de rekentoets geen vrijstelling krijgen, omdat ze daarmee niet kunnen slagen.
Op het moment dat het rekentoetscijfer onderdeel wordt van de kernvakkenregel (vanaf 2016-2017 is dit voor vwo al het geval) kan een 5 riskant zijn. Immers, daarmee is in elk geval de eerste 5 binnen de kernvakken al aanwezig. Het cijfer van de rest van de kernvakken moet dan ten minste een 6 zijn. Bij cijfers lager dan een 4 zal de rekentoets in het vavo in alle gevallen opnieuw moeten worden afgelegd.

 

Wat gebeurt er met het cijfer van de rekentoets als een leerling in het eindexamenjaar zakt?
Als een leerling is gezakt in het eindexamenjaar, vervallen alle behaalde CE-resultaten binnen het reguliere voortgezet onderwijs. De rekentoets is een verplicht onderdeel van het CE en ook dat resultaat vervalt, ook als dit al in het voorlaatste leerjaar is behaald. Leerlingen die in het eindexamenjaar zijn gezakt en het eindexamen in het reguliere vo overdoen, krijgen weer drie nieuwe kansen en moeten de rekentoets ten minste één keer opnieuw in het nieuwe eindexamenjaar afleggen.

 

Wat te doen met leerlingen die niet komen opdagen bij de voor hen geplande afname van de rekentoets?
Over het algemeen geldt hiervoor hetzelfde als bij het niet komen opdagen bij een afname van het (papieren) Centraal Examen. Het is aan de school (directeur) om vast te stellen of er sprake is van een rechtmatige afwezigheid of niet en vervolgens op grond van die bevinding te handelen. Als er geen geldige reden voor de afwezigheid was, kan de directeur beslissen dat de leerling hierdoor een kans heeft verspeeld. 
Als een leerling met een geldige reden afwezig was, kan de school allereerst proberen die leerling binnen dezelfde afnameperiode alsnog in te plannen voor een afname. Lukt dat niet meer en gaat het om een leerling uit het eindexamenjaar, dan kan die leerling de rekentoets afleggen in de afnameperiode van maart of mei/juni (let op: er is maar één afname per leerling in een afnameperiode mogelijk). Mocht die leerling de kans die hierdoor niet is benut alsnog willen benutten (of nodig hebben), dan kan gebruik worden gemaakt van het recht op herkansing in het derde tijdvak (staatsexamen).
Gaat het om leerlingen uit het voorlaatste schooljaar, dan behouden zij het recht op vier kansen. Alleen is dit meestal gemakkelijker te regelen door de school zelf, omdat er in de laatste twee schooljaren in totaal zes afnameperioden zijn. Dit is uiteraard afhankelijk van op welke momenten de school de afnames aanbiedt aan leerlingen in het voorlaatste jaar.

 

Is het toegestaan om te switchen van niveau en welk cijfer komt dan op de cijferlijst?
Vanaf schooljaar 2015-2016 is switchen van niveau toegestaan. Dit houdt in dat bijvoorbeeld de routes 2/3F naar 2/3ER of 2/3ER naar 2/3F en in het vmbo van 2F naar 3F en terug zijn toegestaan. Is de rekentoets afgelegd op verschillende niveaus, dan bepaalt de directeur in overleg met de leerling welk van de behaalde resultaten op de cijferlijst wordt vermeld.

Een vmbo-leerling kan bij opstroom naar het havo op grond van het Eindexamenbesluit vo, artikel 13 het 4e lid, vrijstelling krijgen voor de rekentoets. In dat geval moet het behaalde 3F-cijfer wel op de cijferlijst worden gezet, want dit is het enige officiële document waarop een vrijstelling kan/mag worden gebaseerd. Een school kan er altijd voor kiezen om het hoogst behaalde cijfer van het andere niveau dat niet op de cijferlijst komt, mee te geven in de vorm van een schoolverklaring. Die is niet rechtsgeldig, maar een leerling kan daarmee wel laten zien hoe hij op dat andere referentieniveau heeft gescoord.
Met een 5 of lager op 3F kan een leerling nog steeds een vrijstelling krijgen, want het EB schrijft in het genoemde artikel geen minimumcijfer voor. Zolang het rekentoetscijfer voor havo nog niet meetelt in de slaag-zakregeling, kan een leerling met ieder cijfer nog slagen – uiteraard tot het moment dat wordt aangekondigd dat het rekentoetscijfer wél gaat meetellen.

Over het algemeen geldt in de situatie van een vrijstelling dat het eerder behaalde cijfer later, conform artikel 52 het 7e lid, wel weer opnieuw via BROn aan DUO moet worden gemeld en op de cijferlijst moet worden geplaatst. Er wordt in het geval van de rekentoets niet gewerkt met een aanduiding 'vrijstelling ' o.i.d..
Gaat het om een laag cijfer, dan doen leerlingen er verstandig aan zich te realiseren dat vrijwel alle vervolgopleidingen kritisch naar het rekencijfer kijken. In dat geval is het vaak raadzaam om toch maar te herkansen, ook al komt een leerling in aanmerking voor een vrijstelling. Lukt het bij een herkansing niet om het eerder behaalde cijfer te evenaren of te verbeteren, dan mag er (alleen in het reguliere vo) op het cijfer dat bij de vrijstelling behoort worden teruggevallen.

 

Welk cijfer moeten Leerwerktraject (LWT)-leerlingen minimaal voor het vak Nederlands halen?
Let op: Het antwoord op deze vraag gaat
veranderen vanaf het moment dat het cijfer van de rekentoets voor deze leerlingen gaat meetellen in de slaag-zakregeling. Het is nog niet bekend wanneer dit ingaat.
De oude regeling, een 6 voor Nederlands en een 6 voor het beroepsgerichte vak, blijft gelden tot het moment dat de rekentoets onderdeel gaat uitmaken van de slaag-zakregeling.
Een LWT-leerling moet de rekentoets wel hebben afgelegd, maar het cijfer telt nog niet mee in de slaag-zakregeling.

Zodra het cijfer van de rekentoets voor vmbo-bb onderdeel gaat worden van de slaag-zakregeling, dan wordt dit voor LWT-leerlingen als volgt geregeld:
- voor het beroepsgerichte vak ten minste een 6;
- voor Nederlands en de rekentoets: voor één van beiden mag een 5 zijn behaald. Het cijfer van het andere vak moet dan ten minste een 6 zijn.

 

Hoeveel kansen hebben leerlingen om de rekentoets te halen?
Artikel 51a van het Eindexamenbesluit vo gaat over het aantal toetsmogelijkheden van de rekentoets. Er wordt onder andere beschreven dat de school een leerling vier keer de gelegenheid moet bieden om de rekentoets te maken, waarbij de eerste kans in het voorlaatste leerjaar aangeboden dient te worden. Het hoogst behaalde resultaat is het eindresultaat (let op: dus niet het laatst behaalde cijfer zoals soms gedacht wordt).
Doet een leerling in één jaar eindexamen (bijvoorbeeld na het jaar daarvoor te zijn gezakt), dan heeft die leerling uiteindelijk drie nieuwe kansen om de rekentoets te maken, analoog aan het aantal afnameperioden in een schooljaar.
Vanaf 2015-2016 mogen herkansing(en) zowel op een hoger als op een lager niveau plaatsvinden. Is de rekentoets afgelegd op verschillende niveaus, dan bepaalt de directeur in overleg met de leerling welk eindresultaat op de cijferlijst wordt vermeld.

Bestaat de mogelijkheid om de rekentoets via het vavo over te doen?
Ja, dat is mogelijk. Voor de meest actuele informatie hierover kunt u contact opnemen met het Examenloket.

 

Waar vind ik oefenmateriaal, leermiddelen en ander aanbod voor taal en rekenen in het vo?
Sinds juli 2016 zijn de rekenopgaven die in 2016 in de rekentoetsen zijn gebruikt via de rekenopgaven-etalage gepubliceerd. Via deze link gaat u naar de betreffende website, waar u via selecties een pdf van opgaven kunt aanmaken.
Via deze link komt u in de oefenomgeving van Facet. Hier kunnen leerlingen online oefenen met de verschillende rekentoetsvarianten. Bedenk daarbij dat ook het reken-oefenmateriaal van het mbo (ander tabblad bovenaan de homepage) goed bruikbaar is als voorbereidingsmateriaal voor vo-leerlingen.
Voor een overzicht van beschikbare leermiddelen voor taal en rekenen in het vo, kunt u terecht op www.wikiwijsleermiddelenplein.nl. Het overige aanbod vindt u terug op de mede door Steunpunt vo geïnitieerde website www.aanbodoverzichttaalenrekenen.nl. U krijgt een overzicht van het vo-aanbod door het vakje ‘VO’ aan te vinken en vervolgens op ‘Zoeken’ te klikken.



Waar vind ik meer informatie over de examenvoorbereiding van leerlingen met dyslexie en dyscalculie?
De LPC hebben in opdracht van OCW een FAQ-document samengesteld met veelgestelde vragen over de examenvoorbereiding voor leerlingen met dyslexie en dyscalculie. Klik hier om dit document te downloaden. Ook heeft het CvTE voorbeeld ER-toetsen op Examenblad.nl gepubliceerd, meer informatie via deze link.
Oefenen met een rekentoets 2ER of 3ER is via de volgende link ook mogelijk in de oefenomgeving van facet.



Welk eindniveau geldt voor het vmbo? Is dat 2F of 3F?

Voor het hele vmbo is het referentieniveau 2F vastgelegd. Dit is het niveau waaraan vmbo-leerlingen ten minste moeten voldoen. Dit geldt ook voor gl/tl-leerlingen.
Goede rekenaars in het vmbo kunnen ook proberen de rekentoets 3F te behalen. Slagen ze daar niet in, dan mogen ze terugvallen op het (hoogst) behaalde 2F-cijfer. 
Voor vmbo-bb leerlingen die het reguliere 2F- of 2ER-niveau waarschijnlijk niet kunnen behalen, is er een alternatief ontwikkeld: de rekentoetsen 2A en 2A-ER. Deze toetsvarianten verkeren nog in de pilotfase. 2A en 2A-ER zijn toetsvarianten die uitsluitend bedoeld zijn voor vmbo-bb-leerlingen.

   

Welk toetsmateriaal is er beschikbaar?

Sinds juli 2016 zijn de rekenopgaven die in 2016 in de rekentoetsen zijn gebruikt via de rekenopgaven-etalage gepubliceerd. Via deze link gaat u naar de betreffende website, waar u via selecties een pdf van opgaven kunt aanmaken.
Via wikiwijsleermiddelenplein kunt u onder andere (toets-)materialen vinden en met elkaar vergelijken.
Ook is het mogelijk om via oefenen.facet.onl online in de officiële Facet digitale examen afnameomgeving rekentoetsen te oefenen en kennis te maken de beschikbare hulpmiddele,  zoals de rekenmachine, high light, verschillende secties, etc. Bedenk ook dat het reken-oefenmateriaal van het mbo (ander tabblad bovenaan de homepage) goed bruikbaar is als voorbereidingsmateriaal voor vo-leerlingen.      
 


Wat betekenen het Steunpunt vo en de Wet referentieniveaus voor het Praktijkonderwijs?

Het Praktijkonderwijs maakt deel uit van het vo en valt daarom ook rechtstreeks onder de doelgroep van het Steunpunt taal en rekenen vo. Het Praktijkonderwijs kan dan ook bij het Steunpunt terecht met vragen en voor advies. Bij de toewijzing van de referentieniveaus aan de verschillende schooltypen is in de wet voor het PRO een uitzondering gemaakt voor het algemeen maatschappelijke niveau 2F. Van het PRO wordt gevraagd om zich in te spannen zo veel mogelijk leerlingen niveau 1F (eindniveau PO) te laten behalen. Daarnaast is het zo dat vanwege de heterogeniteit in het PRO een (in de regel beperkt) deel van de leerlingen in staat is om een hoger niveau dan 1F te bereiken. In die gevallen wordt er vanuit gegaan dat het PRO zich inspant om deze leerlingen op dat hogere niveau te brengen.
 


Hoe verankeren andere scholen het rekenen in hun onderwijs?

Het Steunpunt voorziet met name in de informatievoorziening over het 'wat '. Het  'hoe ' is aan de scholen zelf. Dit komt voort uit de in de WVO verankerde vrijheid van de inrichting van het onderwijs.
Wel heeft het Steunpunt enkele brochures uitgebracht, die voor u mogelijk bruikbare informatie bevatten:
- Rekenlessen uit de praktijk
- Eindrapportage Rekenen op het vo
- Voorbeeldig rekenonderwijs